Big Six
In de kas ligt de nadruk meestal op bovengrondse factoren, met name de conditie van het gewas. Maar er vinden ook veel essentiële processen plaats in de wortelzone.
Een goed en gezond wortelmilieu is bijvoorbeeld de basis voor een optimale plantbalans, een gezond, actief gewas en een hoge opbrengst. Om de wortelzone – en dus de planten – in topconditie te houden, zijn er zes belangrijke factoren om rekening mee te houden: watergehalte, EC, pH, zuurstof, microbiologisch leven en temperatuur. Met andere woorden, de Big Six.
Het watergehalte is de hoeveelheid water in het substraat. Het watergehalte aanpassen is een waardevol hulpmiddel om de plantbalans te beheersen en de wortels gezond te houden.
Om te helpen bij het optimaliseren van het watergehalte, hebben we Season Dynamics ontwikkeld, een strategie voor seizoensgebonden gewasplanning (zie [link]). Hierin bevelen we streefwaarden voor het watergehalte aan voor iedere kritieke periode in een gewascyclus. Deze aanbevelingen voor iedere afzonderlijke periode worden gedaan om specifieke redenen:
- Tijdens langere periodes met weinig licht is het gunstig om een lager watergehalte te handhaven, omdat de plant dan minder actief is. Hierdoor reageert het substraat beter en kan er meer zuurstof doordringen in het substraat, wat een generatief effect bevordert.
- Wanneer de lichtniveaus hoog zijn en de transpiratieniveaus toenemen, is het aan te raden om een hoger watergehalte te handhaven om meer buffer te bieden voor gebruik door de plant. Dit biedt ook meer zekerheid in het geval van een systeemstoring.
Meet je substraat systematisch met een continu monitoringsysteem dat bijvoorbeeld gebruik maakt van Growficient-sensoren en stel EC-doelen in voor de verschillende perioden.
“Door deze waterbuffer te beheren, kun je het potentieel van het substraat volledig benutten om de plantbalans te optimaliseren.”
De verdeling van water en voedingsstoffen in het substraat is de sleutel tot een gelijkmatige wortelverdeling. Om zowel de kwaliteit als de opbrengst te optimaliseren is het van essentieel belang dat wortels goede toegang hebben tot voedingsstoffen. Het aanpassen van de EC is ook een waardevol hulpmiddel bij het beheren van de plantbalans.
Om te helpen bij het optimaliseren van de EC hebben we Season Dynamics ontwikkeld, een strategie voor seizoensgebonden gewasplanning (zie [link]). Daarin raden we aan om vóór het begin van het seizoen streefwaarden voor de EC vast te stellen voor iedere kritieke periode in een gewascyclus. Deze streefniveaus zijn om specifieke redenen vastgesteld:
- Tijdens langere perioden met lage lichtniveaus is het gunstig om een hogere EC aan te houden om generatieve groei te bevorderen en een overvloedige aanvoer van voedingsstoffen te garanderen.
- Wanneer het lichtniveau hoog is en de transpiratie toeneemt, is het aan te raden om de EC te verlagen om de opname van voedingsstoffen te stimuleren voor de transpiratie.
Bij gewassen als komkommer, bijvoorbeeld, kan een hoge opname van voedingsstoffen in een klein volume substraat leiden tot lage niveaus van bepaalde voedingsstoffen. Daarom is meer irrigatie nodig om de juiste samenstelling van voedingsstoffen te garanderen. Het volume van het gebruikte substraat is hierbij een belangrijke factor.
Meet je substraat systematisch met een continu monitoringsysteem dat bijvoorbeeld gebruik maakt van Growficient-sensoren en stel EC-doelen in voor de verschillende periodes.
“Door de EC te beheren, kun je het potentieel van het substraat volledig benutten om de plantbalans te optimaliseren.”
Het vermogen van de plant om de benodigde voedingsstoffen op te nemen is afhankelijk van de pH van de voedingsoplossing. Het is dus cruciaal om de pH-waarde rond het wortelsysteem op peil te houden.
Voor de meeste planten ligt de ideale pH-waarde tussen de 5,5 en 6,5. Dit zou dus je doelbereik moeten zijn. De pH in substraat kan veranderen door selectieve opname van voedingsstoffen door de wortels. Wanneer kalium bijvoorbeeld door de wortels wordt opgenomen, komt er een H+ ion vrij waardoor de pH daalt. Wanneer de wortels nitraat opnemen, komt er bicarbonaat (HCO3) vrij.
Bovendien kunnen sommige elementen worden opgenomen door micro-organismen, waardoor de pH van het substraat verder wordt beïnvloed. Veranderingen in de concentratie NH4- en NO3-meststoffen kunnen ook de pH van het substraat beïnvloeden.
Om dit te beheersen, is het belangrijk om de pH van het bronwater in de irrigatie-installatie aan te passen. Houd het volgende in de gaten:
- Als het bicarbonaatgehalte van het bronwater erg laag is (geen buffer), kan het nodig zijn om bicarbonaat toe te voegen om voor buffercapaciteit te zorgen.
- Als het bicarbonaatniveau laag is, kan het nodig zijn om het zuur dat gebruikt wordt om de pH te corrigeren te verdunnen om te voorkomen dat het plotseling onder de 5,0 zakt.
- Het gebruik van ammonium kan ook een snelle daling van de pH veroorzaken, vooral bij lage bicarbonaatwaarden.
Controleer regelmatig de pH van het bronwater in de opslagtank, in de irrigatie-installatie en bij de druppelaar. Een pH-waarde lager dan 5,0 kan schadelijk zijn voor zowel de wortels als het substraat. Vergeet niet dat de planten water krijgen van de druppelaar, dus zorgen voor de juiste pH op dat punt is cruciaal!
Alle delen van de plant – bladeren, stengels en wortels – hebben zuurstof nodig. In het substraat hebben wortels zuurstof nodig voor celademhaling. Wanneer er voldoende zuurstof bij de wortels is, kan het wortelsysteem optimaal functioneren.
Zuurstof wordt ook opgenomen door micro-organismen. In omstandigheden met lage zuurstofniveaus kunnen deze micro-organismen met de wortels concurreren om de beschikbare zuurstof.
Toevoer van zuurstof in het substraat is cruciaal voor een gezonde groei van planten en wortels. Praktisch gezien betekent dit dat zelfs het natste deel van het substraat moet worden aangevuld met lucht. Met een watergehalte van 80% of minder zorgen de luchtkanalen ervoor dat zuurstof via diffusie het water en de plantenwortels kan bereiken.
Wortels hebben veel zuurstof nodig, meer dan wat er in water is opgelost. Daarom is opgeloste zuurstof alleen niet genoeg om wortels gezond te houden en te laten groeien. Het moet mogelijk zijn om zuurstof uit de lucht in het water te laten diffunderen. Houd het watergehalte onder de 75-80% zodat er voldoende zuurstof in het substraat kan komen en de wortels voldoende toegang tot zuurstof hebben.
“Door O2 te beheren kun je het potentieel van het substraat volledig benutten.”
De temperatuur van de wortelzone wordt niet altijd gemeten, hoewel dit erg belangrijk is. De ideale temperatuur rond de wortels ligt tussen de 18 en 25°C.
Naarmate de temperatuur in de wortelzone toeneemt, neemt de beschikbaarheid van opgeloste zuurstof uit het irrigatiewater af. Bovendien leidt een hogere temperatuur in de wortelzone tot een verhoogde wortelactiviteit, wat de opname van water en voedingsstoffen bevordert.
Wanneer worteltemperaturen boven de 25°C komen, vooral bij een slechte wortelverdeling, kan dit – samen met de concurrentie tussen wortels voor water, voedingsstoffen en zuurstof – leiden tot worteldood. Dit verhoogt vervolgens het risico op secundaire infecties door wortelpathogenen zoals Pythium.
Meten is weten: blijf dus de substraattemperatuur meten om de omstandigheden in de wortelzone te begrijpen.
Microbiologisch leven in het substraat is cruciaal omdat het een symbiotische relatie vormt met de plant, waardoor de plant veerkrachtiger en gezonder wordt en voedingsstoffen ter beschikking krijgt. Meer veerkracht leidt tot een evenwichtigere plantengroei.
De aanwezigheid van microbiologisch leven in substraat biedt verschillende voordelen, zoals:
- Verbeterde gezondheid en activiteit van de wortels
- Betere plantbalans
- Hogere opbrengsten en superieure kwaliteit
- Minder ziekten en plagen.